Aankopen

Schenking onroerend goed: wat als de schenker overlijdt binnen 3 jaar?

Aylin Mustafa
Aylin Mustafa
12 min. leestijd
Schenking onroerend goed: wat als de schenker overlijdt binnen 3 jaar?

Bij vermogensplanning met vastgoed komt vroeg of laat dezelfde vraag terug: wat gebeurt er bij een schenking onroerend goed en overlijden binnen 3 jaar? Ouders schenken bijvoorbeeld een appartement of huis aan hun kinderen, maar willen tegelijk vermijden dat die schenking fiscaal "gestraft" wordt als zij kort nadien overlijden. In België spelen daarbij verschillende regels, afhankelijk van het gewest, en begrippen als schenkbelasting, erfbelasting en het zogenaamde "opduweffect". In deze gids krijg je een helder overzicht in gewone taal, toegespitst op onroerende schenkingen.

1. Basis: schenkbelasting vs. erfbelasting op vastgoed

Bij een schenking van onroerend goed (bijvoorbeeld een huis, appartement of bouwgrond) is in België altijd een notariële akte verplicht. Die akte wordt geregistreerd en er is schenkbelasting verschuldigd aan het gewest waar de schenker zijn fiscale woonplaats heeft.

Belangrijke uitgangspunten:

  • Op de onroerende schenking zelf betaal je onmiddellijk schenkbelasting.
  • Als de schenker later overlijdt, wordt op datzelfde geschonken goed in principe geen erfbelasting meer geheven: het zit niet langer in zijn nalatenschap.
  • De vraag bij schenking onroerend goed overlijden binnen 3 jaar gaat dus niet over dubbele belasting op datzelfde pand, maar over de impact op de rest van de nalatenschap.

Zowel Vlaanderen als Wallonië kennen daarvoor een "progressievoorbehoud" of "opduweffect" bij overlijden binnen drie jaar na de schenking; het Brussels Gewest heeft dat effect afgeschaft voor recente schenkingen.

Het is ook goed om te weten dat de aangifte in de nalatenschap een concrete verplichting is: als de schenker van een onroerend goed overlijdt binnen de 3 jaar na de schenking, moet de begiftigde het geschonken onroerend goed aangeven in de aangifte van nalatenschap. Dat wil niet zeggen dat er opnieuw erfbelasting wordt geheven op dat goed zelf, maar de aangifte is nodig om het opduweffect correct te berekenen op de rest van de erfenis.

✦ 100% gratis & Vrijblijvend

Verkoop uw woning met de beste makelaar

Vergelijk gratis de top 3 makelaars in uw regio en bespaar op commissie.

Vergelijk makelaars →

2. Vlaanderen: opduweffect bij overlijden binnen 3 jaar

In Vlaanderen is de regel duidelijk: bij een schenking onroerend goed overlijden binnen 3 jaar moet de begiftigde de waarde van het geschonken vastgoed opnemen in de nalatenschap voor de tariefbepaling van de erfbelasting.

Concreet:

  • Op het geschonken pand zelf wordt geen erfbelasting meer geheven (daarop heb je al schenkbelasting betaald).
  • Maar de waarde van dat pand wordt fictief opgeteld bij de overige onroerende goederen in de nalatenschap.
  • Daardoor kunnen de overige goederen in hogere tariefschijven vallen, wat de erfbelasting op de rest van het vermogen verhoogt (het "opduweffect").

Voorbeeld:

  • Ouders schenken hun kind een appartement ter waarde van 300.000 euro.
  • Ze betalen schenkbelasting (bijvoorbeeld 3% in rechte lijn op de eerste schijf tot 150.000 euro, en 9% op de schijf van 150.000 tot 250.000 euro; de exacte tarieven hangen af van het gewest en het moment van schenking).
  • De ouder overlijdt 2 jaar na de schenking en laat nog een andere woning ter waarde van 200.000 euro na.
  • Voor de berekening van de erfbelasting op die 200.000 euro wordt eerst de 300.000 euro fictief bijgeteld - totaal 500.000 euro.
  • De erfbelasting wordt dus berekend in hogere schijven dan wanneer er geen schenking was gebeurd, hoewel op de 300.000 euro zelf geen erfbelasting meer wordt geheven.

Overlijdt de schenker meer dan 3 jaar na de schenking, dan telt die waarde in Vlaanderen niet meer mee voor dat opduweffect; de teller wordt als het ware "op nul gezet".

Een bijkomend aandachtspunt in Vlaanderen: de tarieven van de schenkbelasting in rechte lijn (ouders aan kinderen) bedragen 3% op de eerste schijf tot 150.000 euro, 9% van 150.000 tot 250.000 euro, 18% van 250.000 tot 450.000 euro, en 27% boven de 450.000 euro. Hoe groter de schenking, hoe zwaarder de schijven drukken - een bijkomende reden om grote onroerende vermogens gespreid over de tijd over te dragen.

3. Brussel: geen opduweffect meer bij onroerende schenking

In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest geldt voor onroerende schenkingen iets anders. Sinds 1 januari 2016 heeft het overlijden van de schenker binnen 3 jaar na de schenking geen invloed meer op de berekening van de erfbelasting voor de geschonken onroerende goederen.

Kort samengevat:

  • Op de onroerende schenking wordt schenkbelasting betaald.
  • Als de schenker daarna overlijdt, wordt de geschonken waarde niet meer "opgeduwd" in de schijven voor de erfbelasting op de rest van het vermogen.
  • Er is dus geen opduweffect meer voor recente onroerende schenkingen in Brussel, wat de planning iets eenvoudiger maakt.

Let op: voor schenkingen van vóór 1 januari 2016 kunnen oudere regels nog spelen, waardoor het opduweffect wel geldt. Controleer bij twijfel steeds met een notaris of de schenking tot het nieuwe regime behoort.

Een ander verschil met Vlaanderen: in Brussel gelden andere tarieven voor de schenkbelasting in rechte lijn. Die zijn doorgaans iets hoger dan in Vlaanderen, wat de globale fiscale vergelijking tussen gewesten interessant maakt bij vastgoed dat op de grens van twee gewesten ligt of waarbij de schenker overweegt te verhuizen.

4. Wallonië: langere termijn voor schenkingen en opduweffect

In Wallonië is de kernfilosofie vergelijkbaar met Vlaanderen: bij een schenking onroerend goed overlijden binnen 3 jaar wordt er rekening gehouden met de waarde van de schenking in de erfbelasting op de overige onroerende goederen, om te vermijden dat er via schenkingen net vóór overlijden erfbelasting wordt omzeild.

Daarnaast hanteert Wallonië voor sommige schenkingen (zeker bij roerende goederen) langere verdachte periodes (bijvoorbeeld vijf jaar) rond de vraag of een schenking nog wordt meegeteld bij overlijden voor de erfbelasting. De exacte duur en uitwerking zijn dus gewestafhankelijk en kunnen verschillen tussen roerende en onroerende schenkingen.

Wallonië kent ook een specifieke regeling waarbij de begiftigde bij overlijden van de schenker binnen de drie jaar alsnog een extra belasting kan verschuldigd zijn als er een verschil is tussen de betaalde schenkbelasting en de erfbelasting die normaal verschuldigd zou zijn geweest. Het gaat dan niet om een volledige dubbele belasting, maar om een bijpassing tot het hogere bedrag. Dit mechanisme werkt net iets anders dan het Vlaamse opduweffect en vraagt specifiek Waals fiscaal advies.

5. Registratie en de driejaarstermijn: waarom bewijs belangrijk is

Omdat het moment van schenken zo belangrijk is bij een schenking onroerend goed overlijden binnen 3 jaar, moet je die datum waterdicht kunnen bewijzen. Bij onroerende schenkingen is dat standaard het geval, omdat ze via notariële akte worden geregistreerd. De datum van de schenkingsakte is dan het referentiepunt.

Bij roerende schenkingen (geld, effecten) speelt een andere discussie rond geregistreerde versus niet-geregistreerde schenkingen en de drie- of vijfjaarstermijnen, maar dat is een apart thema. Hier focussen we op vastgoed.

Belangrijk:

  • De driejaarstermijn in Vlaanderen en Wallonië gaat in vanaf de datum van de geregistreerde schenkingsakte.
  • Overlijdt de schenker binnen die periode, dan speelt het opduweffect (behalve in Brussel voor recente schenkingen).
  • Overlijdt de schenker na die periode (bijvoorbeeld 3 jaar en 1 dag), dan wordt de geschonken onroerende waarde niet meer meegeteld voor de erfbelastingtarieven.

Omdat de datum zo doorslaggevend is, raden notarissen aan om de akte zo snel mogelijk na de beslissing te verlijden en niet te wachten. Elke dag telt mee in de driejaarstermijn, en een aktepassering die een maand wordt uitgesteld door praktische of familiale redenen kan het verschil maken als de schenker onverwacht snel overlijdt.

6. Schenking in schijven: planning over de tijd

Omdat de schenkbelasting progressief is (hogere schijven naarmate de waarde stijgt), kan het fiscaal interessant zijn om een groot onroerend vermogen in verschillende schijven te schenken, met minimaal drie jaar tussen twee schenkingen in.

Typische strategie:

  • Je schenkt bijvoorbeeld om de drie jaar een deel van je vastgoed.
  • Bij elke schenkingsakte wordt de schenkbelasting opnieuw berekend vanaf de laagste schijf, in plaats van op één groot totaalbedrag.
  • Overlijd je meer dan drie jaar na een bepaalde schenking, dan telt die niet meer mee voor het opduweffect op de rest van de nalatenschap.

Zo kun je geleidelijk vastgoed overdragen, successiedruk beperken en tegelijk de driejaarstermijn respecteren. Let wel: dit vraagt een doordachte planning en moet afgestemd worden op je eigen levensverwachting, familiale situatie en zorgbehoeften.

Concreet rekenvoorbeeld van het schijvenvoordeel: stel je schenkt een appartement van 400.000 euro in één keer aan je kind in Vlaanderen. De schenkbelasting loopt dan op over meerdere schijven tot in de hogere tarieven. Schenk je in twee schijven van 200.000 euro met meer dan drie jaar tussenpoos, dan begin je elke keer opnieuw in de laagste schijf van 3%. Het verschil in schenkbelasting kan bij grotere bedragen snel oplopen tot tienduizenden euro's. Dat potentieel voordeel moet je uiteraard afwegen tegen praktische beperkingen: niet elk onroerend goed laat zich eenvoudig in twee stukken opdelen, en je moet lang genoeg in leven blijven om de tweede schenking te doen.

7. Veelvoorkomende misverstanden

Rond schenking onroerend goed overlijden binnen 3 jaar circuleren een aantal hardnekkige misverstanden:

  • "Als ik binnen 3 jaar sterf, betalen de kinderen nog eens erfbelasting op het geschonken huis."
    Dat klopt niet: op het geschonken onroerend goed zelf wordt geen erfbelasting meer geheven, maar de waarde kan wel het tarief op de rest van de nalatenschap omhoog duwen in Vlaanderen en Wallonië.
  • "De driejaarstermijn geldt overal hetzelfde."
    Niet juist. In Brussel is het opduweffect voor recente onroerende schenkingen afgeschaft, terwijl Vlaanderen en Wallonië het behouden hebben.
  • "Een schenking is fiscaal altijd beter dan niets doen."
    Schenken kan erfbelasting drukken, maar ondoordachte schenkingen - zeker vlak voor overlijden - kunnen door het opduweffect minder voordeel opleveren dan verwacht en je eigen financiële veiligheid in het gedrang brengen.
  • "Het maakt niet uit wanneer ik de akte laat verlijden."
    De datum van de notariële akte is het officiële startpunt van de driejaarstermijn. Elke dag dat de akte wordt uitgesteld, is een dag later dat de termijn begint te lopen.
  • "Schenken met voorbehoud van vruchtgebruik is hetzelfde als schenken in volle eigendom."
    Niet helemaal. Bij een schenking met voorbehoud van vruchtgebruik behoudt de schenker het recht om het goed te gebruiken of de huurinkomsten te ontvangen. De waardering voor schenkbelasting is dan lager, omdat alleen de blote eigendom wordt overgedragen. Maar het fiscale mechanisme bij overlijden binnen drie jaar blijft van toepassing op de waarde van wat werd geschonken.

8. Praktische aandachtspunten voor eigenaars en families

Wie nadenkt over een schenking van onroerend goed met het risico op overlijden binnen 3 jaar, houdt best rekening met:

  • Gewestelijke regels: waar ben je fiscaal inwoner (Vlaanderen, Brussel, Wallonië)? De impact verschilt per gewest.
  • Totaalplaatje van je vermogen: niet alleen het geschonken pand telt, maar ook de overige onroerende goederen in je nalatenschap.
  • Flexibiliteit vs. controle: schenk je in volle eigendom of met voorbehoud van vruchtgebruik? Dat bepaalt je inkomen en zeggenschap na de schenking, maar heeft ook impact op waardering en planning.
  • Timing: als je gezondheid fragiel is, kan het risico hoger zijn dat je binnen de drie jaar overlijdt; dan moet je goed afwegen of een grote onroerende schenking nu wel aangewezen is.
  • Waarde van het pand: de schenkbelasting wordt berekend op de verkoopwaarde van het goed op het moment van de schenking. Een correcte en actuele schatting is daarom een vertrekpunt voor elke planningsoefening.
  • Reservataire erfgenamen: schenken mag de rechten van reservataire erfgenamen niet aantasten. In België hebben kinderen recht op een reservatair deel van de nalatenschap. Een schenking die dat reserve overschrijdt, kan later worden ingebracht of zelfs worden ingestort via een vordering tot inkorting.

9. Koppeling met vastgoedstrategie

Een schenking onroerend goed is niet alleen een fiscale ingreep, maar ook een strategische beslissing over je vastgoedportefeuille. Het bepaalt:

  • wie welk pand beheert en onderhoudt;
  • wie huurinkomsten ontvangt;
  • wie welke risico's draagt (renovatie, leegstand, waardeschommelingen).

Daarom is het verstandig om schenkingsvraagstukken te koppelen aan de bredere vraag: welke panden wil je zelf nog houden, welke kunnen beter nu al naar de volgende generatie, en welke verkoop je misschien beter eerst?

Een lokale makelaar kan helpen om de actuele marktwaarde van een pand te bepalen en de verkoop- of schenkingstrategie daarrond mee vorm te geven. Wil je weten welke impact een schenking vandaag heeft op je vermogen en op de toekomstige erfenis, dan begint dat bij een correcte waardering van het vastgoed. Via een gratis schatting krijg je een concreet cijfer voor je pand, zodat je samen met notaris of planner beter kunt inschatten of, wanneer en hoe je best schenkt - zeker met de driejaarstermijn in het achterhoofd.

Veelgestelde vragen

Wat als de schenker binnen 3 jaar overlijdt?

Als de schenker van een onroerend goed overlijdt binnen de drie jaar na de schenking, wordt het geschonken goed zelf niet nogmaals belast met erfbelasting. De begiftigde moet het geschonken onroerend goed wel aangeven in de nalatenschap. In Vlaanderen en Wallonië wordt de waarde van die schenking fictief bij de overige nalatenschap opgeteld voor de berekening van de tarieven op de rest van de erfenis - het zogenaamde opduweffect. In het Brussels Gewest bestaat dat opduweffect voor onroerende schenkingen niet meer voor schenkingen na 1 januari 2016.

Hoe lang moet ik in leven blijven na een schenking om erfbelasting te vermijden?

In Vlaanderen en Wallonië geldt een termijn van drie jaar. Overleeft de schenker de driejaarstermijn, dan telt de waarde van de onroerende schenking niet meer mee voor het opduweffect op de rest van de nalatenschap. De termijn begint te lopen op de datum van de geregistreerde notariële schenkingsakte. In Brussel is die termijn voor onroerende schenkingen sinds 2016 niet meer van toepassing.

Wat is de termijn voor het doen van een schenking als de schenker overlijdt?

Als iemand overlijdt zonder vooraf te hebben geschonken, is een schenking achteraf niet meer mogelijk. Wel kunnen erfgenamen na het overlijden een legaat aanvaarden of verwerpen. Een schenking moet altijd bij leven van de schenker gebeuren. Er bestaat ook een specifieke situatie waarbij een handgift of bankgift die niet geregistreerd was, alsnog geregistreerd kan worden binnen het jaar na het overlijden van de schenker - maar dat geldt enkel voor roerende goederen, niet voor onroerend goed.

Moet je het geschonken vastgoed aangeven in de nalatenschap als de schenker binnen 3 jaar overlijdt?

Ja, in Vlaanderen is dat een verplichting. Je geeft het geschonken onroerend goed aan in de aangifte van nalatenschap, maar dat leidt niet tot een nieuwe erfbelasting op dat goed zelf. Het dient enkel om het opduweffect correct te berekenen op de rest van het nagelaten vermogen.

Is het opduweffect hetzelfde als dubbele belasting?

Nee. Bij het opduweffect betaal je geen erfbelasting op het geschonken goed zelf - dat was al belast via de schenkbelasting. Het opduweffect zorgt er enkel voor dat de waarde van het geschonken goed fictief wordt meegeteld om te bepalen in welke belastingschijf de rest van de nalatenschap valt. Het kan dus de erfbelasting op de overige goederen verhogen, maar er is geen sprake van twee keer dezelfde belasting op hetzelfde pand.

Wat is het verschil tussen schenken in volle eigendom en schenken met voorbehoud van vruchtgebruik bij overlijden binnen 3 jaar?

Bij een schenking met voorbehoud van vruchtgebruik draagt de schenker enkel de blote eigendom over. De schenker behoudt het recht om het pand zelf te gebruiken of de huurinkomsten te innen. De schenkbelasting wordt dan berekend op een lagere waarde. Als de schenker overlijdt binnen drie jaar, gelden dezelfde regels voor het opduweffect als bij een schenking in volle eigendom, maar dan op de waarde van de blote eigendom die werd overgedragen. Let wel: als de schenker het vruchtgebruik uitoefende tot zijn overlijden, dooft het vruchtgebruik uit bij overlijden en verwerft de begiftigde automatisch de volle eigendom - in dat geval kan er een andere fiscale discussie ontstaan over de waardering.

Geldt de driejaarstermijn ook voor schenkingen aan kleinkinderen of derden?

Ja, de driejaarstermijn en het opduweffect gelden ongeacht wie de begiftigde is - kinderen, kleinkinderen, broers of zussen, of zelfs vreemden. Wel verschillen de schenkbelastingtarieven sterk naargelang de graad van verwantschap. In rechte lijn (ouders aan kinderen of kleinkinderen) zijn de tarieven het laagst; aan vreemden kunnen ze oplopen tot 40% of meer, afhankelijk van het gewest.

Veelgestelde vragen

Wat als de schenker binnen 3 jaar overlijdt?

Als de schenker van een onroerend goed overlijdt binnen de drie jaar na de schenking, wordt het geschonken goed zelf niet nogmaals belast met erfbelasting. De begiftigde moet het geschonken onroerend goed wel aangeven in de nalatenschap. In Vlaanderen en Wallonië wordt de waarde van die schenking fictief bij de overige nalatenschap opgeteld voor de berekening van de tarieven op de rest van de erfenis - het opduweffect. In het Brussels Gewest bestaat dat opduweffect voor onroerende schenkingen niet meer voor schenkingen na 1 januari 2016.

Hoe lang moet ik in leven blijven na een schenking om erfbelasting te vermijden?

In Vlaanderen en Wallonië geldt een termijn van drie jaar. Overleeft de schenker de driejaarstermijn, dan telt de waarde van de onroerende schenking niet meer mee voor het opduweffect op de rest van de nalatenschap. De termijn begint te lopen op de datum van de geregistreerde notariële schenkingsakte. In Brussel is die termijn voor onroerende schenkingen sinds 2016 niet meer van toepassing.

Wat is de termijn voor het doen van een schenking als de schenker overlijdt?

Een schenking moet altijd bij leven van de schenker gebeuren - na het overlijden is ze niet meer mogelijk. Een handgift of bankgift die niet geregistreerd was, kan voor roerende goederen nog worden geregistreerd binnen het jaar na het overlijden van de schenker. Voor onroerend goed gelden andere regels: de notariële akte moet verplicht bij leven van de schenker worden verleden.

Moet je het geschonken vastgoed aangeven in de nalatenschap als de schenker binnen 3 jaar overlijdt?

Ja, in Vlaanderen is dat een wettelijke verplichting. Je geeft het geschonken onroerend goed aan in de aangifte van nalatenschap, maar dat leidt niet tot een nieuwe erfbelasting op dat goed zelf. Het dient enkel om het opduweffect correct te berekenen op de rest van het nagelaten vermogen.

Is het opduweffect hetzelfde als dubbele belasting?

Nee. Bij het opduweffect betaal je geen erfbelasting op het geschonken goed zelf - dat was al belast via de schenkbelasting. Het opduweffect zorgt er enkel voor dat de waarde van het geschonken goed fictief wordt meegeteld om te bepalen in welke belastingschijf de rest van de nalatenschap valt. Het kan dus de erfbelasting op de overige goederen verhogen, maar er is geen sprake van twee keer dezelfde belasting op hetzelfde pand.

Wat is het verschil tussen schenken in volle eigendom en schenken met voorbehoud van vruchtgebruik bij overlijden binnen 3 jaar?

Bij een schenking met voorbehoud van vruchtgebruik draagt de schenker enkel de blote eigendom over en behoudt het recht om het pand zelf te gebruiken of de huurinkomsten te innen. De schenkbelasting wordt berekend op een lagere waarde. Bij overlijden binnen drie jaar gelden dezelfde regels voor het opduweffect, maar dan op de waarde van de blote eigendom die werd overgedragen.

Geldt de driejaarstermijn ook voor schenkingen aan kleinkinderen of derden?

Ja, de driejaarstermijn en het opduweffect gelden ongeacht wie de begiftigde is - kinderen, kleinkinderen, broers, zussen of vreemden. Wel verschillen de schenkbelastingtarieven sterk naargelang de graad van verwantschap. In rechte lijn zijn de tarieven het laagst; aan vreemden kunnen ze oplopen tot 40% of meer, afhankelijk van het gewest.

Aylin Mustafa

Aylin Mustafa

Content & Customer Experience

Alle artikelen bekijken

"Vastgoedexpert met een focus op kwaliteitscontrole en strategische partnerships."

Aanvraag ontvangen!

Klaar om de beste makelaar te vinden?

Sluit u aan bij 10.000+ Belgen die al bespaarden via onze vergelijker.