Erfbelasting partner of kind in België: tarieven en vrijstellingen per gewest


Het korte antwoord
In Vlaanderen betalen een partner en een kind erfbelasting volgens hetzelfde tarief: 3%, 9% en 27%. Het verschil zit in de vrijstellingen. De langstlevende partner betaalt onder voorwaarden niets op de gezinswoning en krijgt een vrijstelling op de eerste €75.000 roerende goederen. Een kind heeft die twee voordelen niet.
In Brussel en Wallonië ligt het anders. Daar krijgen alleen gehuwden en wettelijk samenwonenden de gunstige behandeling. Een feitelijk samenwonende partner valt er onder het tarief voor "anderen", dat veel hoger ligt. Kinderen krijgen in die twee gewesten dan weer een verlaagd tarief op de gezinswoning.
Wat je uiteindelijk betaalt, hangt dus minder af van "partner of kind" dan van het gewest en van de vorm van de relatie. Hieronder lees je de regels per gewest, met rekenvoorbeelden voor een overlijden in 2026.
Welk gewest bepaalt de erfbelasting?
Niet de ligging van het huis telt, maar de fiscale woonplaats van de overledene. Heeft die in de laatste vijf jaar voor het overlijden in meer dan één gewest gewoond, dan geldt het gewest waar hij of zij het langst woonde. Wie in Antwerpen woonde en een vakantiehuis in de Ardennen bezat, valt dus volledig onder de Vlaamse erfbelasting.
Vlaanderen int de erfbelasting zelf via de Vlaamse Belastingdienst. Voor Brussel en Wallonië doet de FOD Financiën dat nog.
✦ 100% gratis & Vrijblijvend
Verkoop uw woning met de beste makelaar
Vergelijk gratis de top 3 makelaars in uw regio en bespaar op commissie.
Vergelijk makelaars →Vlaanderen: hetzelfde tarief, andere vrijstellingen
Kinderen en partners vallen in Vlaanderen in dezelfde tariefgroep. Het tarief wordt per erfgenaam berekend, en apart op het roerende deel (geld, beleggingen, inboedel) en het onroerende deel (woning, grond).
| Schijf per erfgenaam | Tarief kind of partner |
|---|---|
| €0 tot €50.000 | 3% |
| €50.000 tot €250.000 | 9% |
| Boven €250.000 | 27% |
De Vlaamse regering heeft in het regeerakkoord 2024-2029 en de Septemberverklaring 2025 een hervorming van de erfbelasting aangekondigd. Volgens vlaanderen.be is daarover nog niets beslist. De huidige tarieven blijven gelden.
Wie telt als partner?
Voor de Vlaamse erfbelasting is je partner van de overledene als je op de dag van het overlijden met hem of haar gehuwd was, wettelijk samenwoonde, of al minstens één jaar ononderbroken samenwoonde en een gemeenschappelijke huishouding voerde. Een feitelijk samenwonende partner betaalt na één jaar samenwonen dus hetzelfde tarief als een echtgenoot. Wie korter samenwoonde, valt onder het tarief voor anderen: 25% tot €35.000, 45% van €35.000 tot €75.000 en 55% daarboven.
Vrijstelling op de gezinswoning
De langstlevende partner betaalt geen erfbelasting op zijn of haar deel in de gezinswoning. Dat is de hoofdverblijfplaats waar beide partners op het moment van het overlijden samenwoonden. De vrijstelling geldt voor gehuwden, wettelijk samenwonenden en feitelijk samenwonenden. Feitelijk samenwonenden moeten wel minstens drie jaar hebben samengewoond vóór het overlijden. Een tweede verblijf valt er niet onder, en de vrijstelling geldt niet als de samenwonende partner een verwant in rechte lijn is, zoals een inwonend kind. Er is geen voorwaarde dat de partner niet mag hertrouwen.
Partnerabattement op roerende goederen
Voor overlijdens vanaf 1 januari 2026 is de eerste €75.000 van het netto roerende erfdeel van de partner vrijgesteld (vóór 2026 was dat €50.000). Wat daarboven gaat, wordt belast aan 9% en eventueel 27%. Een ongebruikt deel van dat bedrag schuif je niet door naar de woning.
Wat een kind krijgt
Een kind heeft in Vlaanderen geen vrijstelling op de gezinswoning en geen algemene vrijstelling op de eerste schijf. Wel zijn er twee kortingen:
- Een kind jonger dan 21 jaar krijgt €75 vermindering per vol jaar tot de leeftijd van 21. De langstlevende partner krijgt de helft van de vermindering die de gemeenschappelijke kinderen samen krijgen.
- Is het netto erfdeel niet hoger dan €50.000, dan is er een belastingkrediet van €500 min het erfdeel gedeeld door 100. Bij een erfdeel van €12.500 of minder is de erfbelasting daardoor nul. Dat krediet geldt ook voor partners.
Kinderen jonger dan 21 die beide ouders verloren hebben, zijn wel vrijgesteld op hun deel in de gezinswoning en op de eerste €75.000 roerende goederen.
Rekenvoorbeeld Vlaanderen
Voor een overlijden in 2026. Eén erfgenaam krijgt een erfdeel van €250.000 in de gezinswoning en €50.000 aan spaargeld. We vergelijken drie situaties.
| Erfgenaam | Woning (€250.000) | Spaargeld (€50.000) | Totaal |
|---|---|---|---|
| Kind van 25 jaar | €50.000 x 3% = €1.500 plus €200.000 x 9% = €18.000, samen €19.500 | €50.000 x 3% = €1.500 | €21.000 |
| Echtgenoot, wettelijk samenwonende of feitelijk samenwonende (3 jaar of langer) | vrijgesteld: €0 | onder €75.000 partnerabattement: €0 | €0 |
| Feitelijk samenwonende (tussen 1 en 3 jaar) | geen woningvrijstelling: €19.500 | onder €75.000 partnerabattement: €0 | €19.500 |
Was het kind 16 jaar en 3 maanden, dan zijn er nog 4 volle jaren tot 21. De vermindering is dan 4 x €75 = €300, en de erfbelasting daalt van €21.000 naar €20.700.
Het voorbeeld laat zien waar het verschil vandaan komt: niet uit het tarief, maar uit de twee partnervrijstellingen. Meer over de berekening voor kinderen lees je in hoeveel erfbelasting betaalt een kind, en voor de partner in hoeveel successierechten betaal je als echtgenoot.
Brussel: alleen gehuwden en wettelijk samenwonenden
In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betalen kinderen, echtgenoten en wettelijk samenwonenden hetzelfde tarief. Er is geen splitsing tussen roerend en onroerend: het tarief loopt over het hele netto erfdeel. De eerste €15.000 is vrijgesteld, en kinderen jonger dan 21 krijgen €2.500 extra vrijstelling per vol jaar tot 21.
| Schijf per erfgenaam | Tarief |
|---|---|
| €0 tot €50.000 | 3% |
| €50.000 tot €100.000 | 8% |
| €100.000 tot €175.000 | 9% |
| €175.000 tot €250.000 | 18% |
| €250.000 tot €500.000 | 24% |
| Boven €500.000 | 30% |
De echtgenoot of wettelijk samenwonende partner betaalt geen successierechten op zijn of haar deel in de woning die op het moment van het overlijden de gezinswoning was. Kinderen krijgen die vrijstelling niet, maar wel een verlaagd tarief op het deel in de woning waar de overledene minstens vijf jaar zijn hoofdverblijfplaats had, tot €250.000: 2%, 5,3%, 6% en 12% in plaats van 3%, 8%, 9% en 18%. Een feitelijk samenwonende partner krijgt in Brussel geen partnertarief en geen woningvrijstelling.
Wallonië: vijf jaar hoofdverblijfplaats
Ook in Wallonië vallen kinderen, echtgenoten en wettelijk samenwonenden onder hetzelfde tarief, op het hele netto erfdeel: 3% tot €12.500, dan 4%, 5%, 7%, 10%, 14%, 18% en 24%, en 30% boven €500.000. De eerste €12.500 is vrijgesteld. Is het netto erfdeel niet hoger dan €125.000, dan komt daar nog €12.500 bij. Kinderen jonger dan 21 krijgen €2.500 extra per vol jaar tot 21.
De langstlevende echtgenoot of wettelijk samenwonende is volledig vrijgesteld op het deel in de woning die minstens vijf jaar vóór het overlijden de hoofdverblijfplaats van de overledene was. Kinderen krijgen op die gezinswoning een verlaagd tarief dat begint bij 1% tot €25.000, als de overledene er minstens vijf jaar zijn hoofdverblijfplaats had. Feitelijk samenwonenden krijgen geen partnertarief en geen woningvrijstelling. Zij betalen het tarief voor anderen.
Rekenvoorbeeld Brussel en Wallonië
Voor een overlijden in 2026. Eén erfgenaam krijgt een netto erfdeel van €250.000 zonder de gezinswoning, bijvoorbeeld spaargeld en een verhuurd appartement. De vrijstelling gaat van de laagste schijven af.
| Erfgenaam | Brussel | Wallonië |
|---|---|---|
| Kind, echtgenoot of wettelijk samenwonende | €15.000 vrij; €35.000 x 3% = €1.050; €50.000 x 8% = €4.000; €75.000 x 9% = €6.750; €75.000 x 18% = €13.500; totaal €25.300 | €12.500 vrij; €12.500 x 4% = €500; €25.000 x 5% = €1.250; €50.000 x 7% = €3.500; €50.000 x 10% = €5.000; €50.000 x 14% = €7.000; €50.000 x 18% = €9.000; totaal €26.250 |
| Feitelijk samenwonende partner (tarief anderen, enige erfgenaam in die groep) | €50.000 x 40% = €20.000; €25.000 x 55% = €13.750; €100.000 x 65% = €65.000; €75.000 x 80% = €60.000; totaal €158.750 | €12.500 x 30% = €3.750; €12.500 x 35% = €4.375; €50.000 x 60% = €30.000; €175.000 x 80% = €140.000; totaal €178.125 |
Bestaat het erfdeel wel uit de gezinswoning, dan betaalt de echtgenoot of wettelijk samenwonende daarop niets, en krijgt een kind het verlaagde woningtarief. Je notaris berekent het exacte bedrag. Een uitgebreider overzicht per gewest vind je in woning erven in België.
Wie erft er eigenlijk?
De erfbelasting zegt hoeveel je betaalt op wat je erft. Wie wat erft, regelt het federale erfrecht. Volgens notaris.be erft een langstlevende echtgenoot altijd minstens het vruchtgebruik van de gezinswoning met de inboedel, en een wettelijk samenwonende het vruchtgebruik van de gezinswoning en de inboedel, tenzij een testament dat anders regelt. Feitelijk samenwonenden erven niet van elkaar, tenzij er een testament is. De rekenvoorbeelden hierboven gaan uit van een erfdeel dat de erfgenaam effectief krijgt, via de wet of een testament.
Schenken bij leven
Wie bij leven schenkt, betaalt schenkbelasting in plaats van erfbelasting, met eigen tarieven. Een geregistreerde schenking van roerende goederen kost in Vlaanderen en Brussel 3% in rechte lijn en tussen partners (feitelijk samenwonenden na één jaar samenwonen inbegrepen), en in Wallonië 3,3% in rechte lijn en tussen echtgenoten en wettelijk samenwonenden. Voor een schenking van onroerend goed in rechte lijn en tussen partners geldt in alle drie de gewesten een schijventarief van 3%, 9%, 18% en 27%, met grenzen op €150.000, €250.000 en €450.000. In Wallonië tellen alleen echtgenoten en wettelijk samenwonenden als partner. Welk gewest geldt, hangt af van de fiscale woonplaats van de schenker.
Laat je een hand- of bankgift niet registreren en overlijdt de schenker binnen vijf jaar, dan valt de schenking alsnog onder de erfbelasting. Die termijn van vijf jaar geldt voor schenkingen vanaf 1 januari 2025 in Vlaanderen, vanaf 1 januari 2026 in Brussel en vanaf 1 januari 2022 in Wallonië. Voor oudere schenkingen is het drie jaar. Meer daarover in hoeveel is schenkbelasting in België.
Het geërfde huis verkopen
De erfbelasting wordt berekend op de waarde van wat je erft, ook als dat een woning is. Twijfel je over wat het huis waard is, of wil je het samen met de andere erfgenamen verkopen, laat dan eerst een gratis schatting maken. Zo weet je waar je staat voor je de aangifte van nalatenschap met je notaris afwerkt.
Veelgestelde vragen
Betaalt een partner in Vlaanderen minder erfbelasting dan een kind?
Het tarief is hetzelfde: 3% tot €50.000, 9% tot €250.000 en 27% daarboven, apart op roerende en onroerende goederen. De partner krijgt wel twee vrijstellingen die een kind niet heeft: geen erfbelasting op het deel in de gezinswoning en een vrijstelling op de eerste €75.000 roerende goederen voor overlijdens vanaf 1 januari 2026.
Hoeveel erfbelasting betaalt een kind op een erfdeel van €250.000 in de gezinswoning en €50.000 spaargeld in Vlaanderen?
Voor een overlijden in 2026 betaalt een kind op de woning €1.500 (3% op €50.000) plus €18.000 (9% op €200.000), samen €19.500. Op het spaargeld is dat 3% op €50.000, of €1.500. In totaal €21.000. Een partner die aan de voorwaarden voldoet, betaalt op hetzelfde erfdeel €0.
Krijgt een feitelijk samenwonende partner in Vlaanderen dezelfde voordelen als een echtgenoot?
Na minstens één jaar ononderbroken samenwonen met een gemeenschappelijke huishouding betaalt een feitelijk samenwonende hetzelfde tarief als een echtgenoot en krijgt die het partnerabattement op roerende goederen. Voor de vrijstelling op de gezinswoning moet een feitelijk samenwonende minstens drie jaar hebben samengewoond vóór het overlijden.
Verliest de partner de vrijstelling op de gezinswoning bij hertrouwen?
Nee. De Vlaamse vrijstelling op de gezinswoning kent geen voorwaarde over hertrouwen. De voorwaarden gaan over de relatie op de dag van het overlijden en over de woning: het moet de hoofdverblijfplaats zijn waar beide partners samenwoonden, niet een tweede verblijf.
Hoe zit het met feitelijk samenwonenden in Brussel en Wallonië?
In Brussel en Wallonië krijgen alleen echtgenoten en wettelijk samenwonenden het tarief van de rechte lijn en de vrijstelling op de gezinswoning. Een feitelijk samenwonende partner betaalt er het tarief voor anderen. Op een erfdeel van €250.000 zonder gezinswoning is dat voor een overlijden in 2026 €158.750 in Brussel (als enige erfgenaam in die groep) en €178.125 in Wallonië.
Krijgt een kind in Brussel of Wallonië een voordeel op de gezinswoning?
Ja, een verlaagd tarief, maar geen volledige vrijstelling. In Brussel geldt dat tot €250.000 op de woning waar de overledene minstens vijf jaar zijn hoofdverblijfplaats had, met tarieven van 2%, 5,3%, 6% en 12%. In Wallonië begint het verlaagde tarief op de gezinswoning bij 1% tot €25.000, ook met een voorwaarde van vijf jaar hoofdverblijfplaats.
Is schenken bij leven altijd 3%, net als de erfbelasting?
Nee. Een geregistreerde schenking van roerende goederen kost in rechte lijn en tussen partners 3% in Vlaanderen en Brussel en 3,3% in Wallonië, waar alleen echtgenoten en wettelijk samenwonenden als partner tellen. Voor onroerend goed geldt een schijventarief van 3%, 9%, 18% en 27%. De erfbelasting zelf is progressief en loopt in Vlaanderen op tot 27%, in Brussel en Wallonië tot 30%.

"Vastgoedexpert met een focus op kwaliteitscontrole en strategische partnerships."
